|


|
|
|
Huis-Empire ofte Huis Van Zuylen van Nyeveldt
|
|
Rond 1820 liet Joseph-Ghislain van Zuylen van Nyevelt (1761-1824) in de
Hoogstraat 28, een herenhuis bouwen in classicistische stijl, op de plaats waar zich,
sinds de middeleeuwen, twee oudere huizen bevonden op de hoek, gevormd door de Hoogstraat
en een brandstraatje, dat loopt tot aan de Groene rei. De naam van deze huizen is nog
bekend: het huis Patijntje en de brouwerijDe Twee Leeuwen. |

|
|
Na de familie van Zuylen van Nyevelt, kwam het huis in het bezit van de
families Van Damme, Macquart de Terline, Mélin de Vadicourt, en van 1920 tot 1955, van
Jean Vander Haert, toenmalig directeur van de Koninklijke Nederlandse Gist- en
Spiritusfabriek en consul van Nederland in ons land.
De poorttravee in de gepleisterde voorgevel wordt benadrukt door twee
grote vrijstaande Ionische kolommen in witsteen, die het balcon op de eerste verdieping
over de hele breedte van de travee dragen; zij flankeren de rondbogige koetspoort met
waaiervormig bovenlicht.
|
|
 |
|
In de boogzwikken is als versiering een lauwerkrans met lint
aangebracht, ornament dat in het stucwerk van het interieur terugkomt. In de ruime
koetsdoorgang, geritmeerd door rondboognissen, staat een 19e eeuws wit-marmeren
beeld van Aristides opgesteld, kijkend in de as van de toegangsdeur tot de hal.
Dé blikvanger in de centrale hal is ongetwijfeld de ranke monumentale
trap. Vanop de bordes kijkt een marmeren buste van Demosthenes op de bezoeker neer.
|
|
De ranke boogvorm van de eiken trappen, de glooiing van de
mahoniehouten leuning, de witmarmeren bevloering met zwartmarmeren geometrische
doorlopende omranding geven aan het geheel een verfijnde sierlijkheid. |
| Vier rechthoekige dubbele deuren, met
kroonlijst en arabesken, geven toegang tot de salons, die elk een eigen merkwaardige
neo-klassieke versiering vertonen, zoals de imposante Corintische zuilen op de
schouwmantel in het grote salon, de plafondsrozetten met accantusmotieven, de brede
doorlopende fries met vergulde gevleugelde leeuwen. |

|
|
De mogelijke ontwerper van het huis is Jean-Brunon Rudd (1792-1870), de
meest talentvolle architect rond 1820 en bekend om zijn zuivere neoclassicistische stijl.
De middensalon aan de tuinkant werd in 1927, volgens plannen van de
Brugse architect L. Vierin, uitgebouwd met een bow-window, met licht art-deco inslag.
Op de binnenkoer kan de eiken tuinkoetspoort bewonderd worden, met
halfrond bovenlicht en zwierige roedenverdeling van verstrengelde spitsbogen, die voor een
speelse lichtverdeling zorgt in de doorgang.
|
|
De voortuin wordt geflankeerd door hoge
rondbogen. Aldaar bevindt zich de recent gerestaureerde Orangerie. Twee marmeren
tuinbeelden staren in de richting van de kaaimuur van de Groene rei, waar het octogonale
tuinpaviljoen, midden de nieuw aangelegde formele tuin, het Empirehof bekroont.
Tijdens de open monumentendag van 9 september 1990, brachten de Prinsen
van Luik een vorstelijk bezoek aan Huis Empire.
Thans is in Huis Empire de advocatenassociatie De
Clerck & Coppens gevestigd. U vindt de weg eenvoudig terug met onze Routeplanner.
|
|
 |
|
|
|
|
|
|