Hoe berekent een advocaat zijn erelonen ?

 

Onderdelen van de ereloonstaat

Een ereloonstaat is over het algemeen opgebouwd uit honorarium (d.i. het bedrag dat een advocaat in rekening brengt als beloning voor zijn werkzaamheden), kantoorkosten en gerechtskosten. De gerechtskosten zijn door de advocaat ten behoeve van de zaak gedane uitgaven als griffierechten, deurwaarderskosten, … Daarnaast worden ook de "overheadkosten" (personeelskosten) alsmede overige onkosten (zoals porti, telefoon, telefax en fotokopieën) in rekening gebracht. Hiervoor brengt de advocaat in de regel een vast percentage of een vast bedrag in rekening. Op het honorarium en de kosten is geen BTW verschuldigd.

 

Een aantal (veel) voorkomende manieren van het berekenen van het ereloon

Afhankelijk van de aard van de zaak en van de afspraken die hieromtrent gemaakt worden, zijn er in het algemeen verschillende wijzen waarop een advocaat zijn ereloon berekent.

1. Op basis van een uurtarief

Dit systeem is het meest gebruikelijk in de zakelijke dienstverlening. Wij hanteren een vast uurtarief. Het uurtarief kan mede afhankelijk worden gemaakt van factoren als spoedeisendheid, de voor de zaak benodigde deskundigheid, de aard van de zaak en het belang van de zaak.

2. Een vast bedrag

De cliënt komt met de advocaat van te voren één totaalbedrag overeen voor de gevraagde bijstand.

3. Jaarcontract/kaderafspraak

Bij dit type afspraak maakt de cliënt, vaak een ondernemer, met de advocaat afspraken over de ereloonstaat in te behandelen zaken. Hierin kunnen tarieven en mogelijke factoren worden vastgelegd, die gebaseerd kunnen zijn  op de ervaringen opgedaan in eerdere zaken. Ook hier kunnen bijzondere factoren worden gebruikt; bijvoorbeeld voor spoedeisendheid, specialistische kennis of het belang en de aard van de zaak.

 

4. Incassotarief

Zaken waarbij de nadruk ligt op het invorderen van gelden noemt men "incassozaken". Met name wanneer een advocaat voor eenzelfde cliënt meerdere incassozaken tegelijkertijd behandelen, dan is het gebruikelijk het incassotarief toe te passen.
De cliënt komt dan met de advocaat van te voren een vergoeding overeen ter grootte van een percentage van het geïncasseerde bedrag.
 
Bijvoorbeeld:   

 

15% op de eerste schijf van 6.250 EUR
10% op de schijf van 6.250 EUR tot 50.000 EUR
  8% op de schijf van 50.000 EUR tot 125.000 EUR
  6% op de schijf van 125.000 EUR tot 250.000 BEF

Ook worden diverse correctiecoëfficiënten toegepast worden, die dit percentage verlagen, bijvoorbeeld bij regeling buiten procedure, klaarblijkelijk dilatoir verweer, ... 
5. Andere systemen

Andere methoden of een combinatie van bovengenoemde methoden zijn ook mogelijk. Dit uiteraard zolang de methoden niet in strijd zijn met de bestaande beroeps- en gedragsregels van de advocaat. 

6.  Voorschot

In de loop van de behandeling van het dossier verzoekt de advocaat de cliënt  normaliter om op regelmatige basis voorschotten op zijn kantoorrekening te storten. Zo hebt u een beter zicht op onze kosten en wordt u niet verrast door een hoge eindfactuur.

 

'No  cure  no  pay'  niet   toegestaan

In sommige landen is het toegestaan dat de advocaat wordt betaald als hij de zaak wint, en geen vergoeding krijgt als hij verliest. Dit systeem staat bekend als 'no cure no pay'. Hierdoor krijgt de advocaat echter een persoonlijk financieel belang bij het winnen van de zaak. Daardoor komt de zo noodzakelijke onafhankelijkheid van de advocaat in de knel. Bovendien ontstaat  het risico dat de advocaat hogere tarieven gaat rekenen om eventueel niet betaalde uren van verloren zaken te compenseren. Daarom is in België het 'no cure no pay' beginsel binnen de advocatuur niet toegestaan.