De faillissementwet andermaal gerepareerd

 

 
     
 

 

De faillissementswet van 8 augustus 1997 bleef rammelen, reden waarom een nieuwe reparatie nodig was. Ondermeer het Arbitragehof had immers een aantal bepalingen onderuit gehaald. Bij Wet van 20 juli 2005 werden dan ook een aantal wijzigingen aangebracht, die ook in uw onderneming van belang zijn.

Het belangrijkst wat dit betreft is dat de persoonlijke zekerheidsstellers kunnen bevrijd worden van hun borg. Niets nieuws, want dit was reeds sedert 2002 ingevoerd in de Faillissementswet. Precies deze regeling werd evenwel door het Arbitragehof onderuit ge-haald.

In de nieuwe reparatiewet wordt dit opnieuw rechtgezet: de persoon die zich kosteloos persoonlijk zeker heeft gesteld kan eventueel ontslagen worden van zijn verplichtingen, indien diegene voor wie hij zich zeker heeft gesteld failliet wordt verklaard. 

De personen die zich persoonlijk zeker stellen zijn bijvoorbeeld de borg, een medeschuldenaar, een aval op een cheque of wissel. Het betreft niet degene die zich zakelijk borg hebben gesteld, zoals de derde-hypotheekverstrekker of de derde-pandgever. Het betreft ook enkel de natuurlijke personen, en niet de rechtspersonen of verenigingen.

Bovendien dient de zekerheidsstelling "kosteloos" te zijn gebeurd. Dit is wanneer diegene die zekerheid stelt dit louter doet uit bereidwilligheid, zonder daar zelf een persoonlijk belang of voordeel bij te hebben. Zijn derhalve niet als kosteloos te aanzien, de echtgenote die zich borg stelt voor de beroepsschulden van haar echtgenoot, of de zaakvoerder die zich borg stelt voor zijn vennootschap.

Ook op processueel vlak zijn innovaties ingevoerd door de reparatiewet. Wie een schuldvordering indient in het faillissement, dient hierbij melding te maken van de persoonlijke zekerheidsstelling waarop hij zich kan beroepen. Doet hij dit niet in de aangifte van schuldvordering, dan moet hij dit sowieso doen uiterlijk binnen de zes maanden na datum van faillissement, of - indien dit reeds binnen de zes maanden gebeurd - voor de afslui-ting van het faillissement. Indien hier binnen de gestelde termijnen geen melding van wordt gemaakt bij de griffie van de rechtbank van koophandel, is de persoon die zich persoonlijk zeker heeft gesteld definitief bevrijd van zijn verplichtingen.

Over de bevrijding van de persoonlijke zekerheidssteller wordt vervolgens gedebatteerd voor de rechtbank van koophandel, die zal oordelen of de verbintenissen opgenomen als zekerheidssteller, al dan niet in verhouding staan tot zijn inkomsten en vermogen. De beslissing terzake wordt genomen ten vroegste zes maanden na datum van faillissement (tenzij het faillissement reeds eerder afgesloten wordt) en uiterlijk bij afsluiten van het faillissement. Zolang hierover geen uitspraak is gedaan, kunnen er geen uitvoeringsmaatregelen genomen worden tegenover de zekerheidsstellers.

Concreet impliceren deze wijzigingen het volgende voor uw bedrijf:

1. Kies zorgvuldig uit of u een persoonlijke zekerheid (borg, medeschuldenaar, …) eist van uw medecontractant, dan wel een zakelijke zekerheid (hypotheek, pand, …). Eis persoonlijke borgen wanneer deze een persoonlijk belang hebben bij de inlossing van de hoofdschuld; halen zij hier geen voordeel uit, eis dan een zakelijke zekerheid.

2. Wees aandachtig bij het indienen van uw aangifte van schuldvordering. Vermeld desnoods de zekerheidssteller "onder voorbehoud het kosteloos karakter van de persoonlijke zekerheid te betwisten".

3. Lok desnoods zelf zes maanden na datum van faillissement het debat over de eventuele bevrijding van de borg uit, tenzij u erop hoopt dat zijn financiële toestand tijdens de duur van afhandeling van het faillissement zal verbeteren.

Wees attent voor deze wijzigingen. Zij kunnen u verliezen besparen!

Ivan Coppens
5.1.2006

Wenst u meer informatie over de gevolgen van deze nieuwe wetgeving in de praktijk ? Wordt u geconfronteerd met een probleem van de invordering van uw handelsvordering ? Aarzel dan niet om ons te contacteren.

De Clerck & Coppens
Advocatenkantoor
Hoogstraat 28 - 8000 Brugge
T. 050/444.030 - F 050/341.026